Kerkgangers Leprozen
Kerkgangers Leprozen
| Objectnummer: | AHGK-0050.1 |
| Titel: | Kerkgangers Leprozen |
| Collectie: | Verhalen |
| Object: | kapellen (gebouwonderdeel) |
| Beschrijving: | Kerkgangers-leprozen Achter de spiegelwand van het dagcafé het Zuidkoor in de Grote Kerk zit een tralieraam verborgen. Achter dat raam staan nu de voorraden van het café, maar van oorsprong was daar de Leprozenkapel. Deze kleine kapel bood besmettelijke zieken zoals lepralijders (mensen met de ziekte van Lazarus) eeuwen geleden de gelegenheid om via een aparte ingang aan het huidige Grote Kerkplein kerkdiensten via het tralieraam bij te wonen. Lepra verspreidde zich in de 3e eeuw voor Christus vanuit India naar Zuid-Europa en kwam tussen 600 en 1600 vaak voor in Nederland, ook in Zwolle. Dat had onder andere te maken met de groei van de wereldhandel en de opkomst van de dichtbevolkte steden. Hoe wist (en weet) je dat je lepra hebt? De eerste symptomen zijn vlekken op de huid die jeuken, tintelen of gevoelloos zijn. Delen van het lichaam raken verlamd. Door de gevoelloosheid aan handen en voeten kunnen gemakkelijk wonden ontstaan, die vervolgens infecteren. Spieren verzwakken, oren, wangen en neus zwellen op, traanvochtproductie neemt toe of juist af en al deze kwalen leidden tot handicaps en blindheid. Eeuwenlang was een lepralijder een ‘outlaw’, verstoten uit de samenleving vanwege besmettingsgevaar en afhankelijk van de barmhartigheid van kerk en welgestelde burgerij voor huisvesting en verzorging. Buiten de stadsmuren van Zwolle werd waarschijnlijk al in de 13e eeuw het Buitengasthuis voor leprozen gesticht met de leprabegraafplaats in de huidige Buitengasthuisstraat. Begin 14e eeuw kwamen daarbij het Heilige Geestgasthuis, het Pestengasthuis en het Celecentrum. Die laatste ziekenhuizen stonden binnen de stadsmuren. Dat is vooral te danken aan de broeders en zusters van de Moderne Devotie. Zij wilden namelijk iedereen, ook besmettelijke zieken binnen de gemeenschap houden. Je werd trouwens niet zomaar toegelaten in een leprozerie. Je liet eerst een ‘schouw’, een medisch onderzoek doen. In Oost-Nederland moest je daarvoor naar Keulen en na de diagnose kreeg je een ‘vuylbrief’. Dit document gaf je officieel toestemming om te bedelen én om in een leprozerie te verblijven. Je kreeg een speciale outfit: een korte wijde mantel, een hoed, handschoenen en een klepper. Als je naar de kerk wilde, moest je onderweg met je klepper lawaai maken zodat iedereen op tijd bij je uit de buurt kon gaan. Wat een ellendig en eenzaam leven was dat! Men vergeleek leprozen met Lazarus uit Lukas 16 vers 19-31. Lazarus was arm en bedekt met zweren en bedelde tevergeefs aan de poort van een rijke man. Lazarus mocht na zijn ellendig leven rechtstreeks naar de hemel en de rijke man moest naar de hel. Dat was een troost voor leprozen en tevens een waarschuwing voor de rijken: zorg voor mensen met de ziekte van Lazarus, want anders wacht de hel. Pas in 1873 ontdekte de Noor Hansen dat lepra veroorzaakt wordt door een bacterie. Nu kan men lepra steeds beter tot staan brengen en mensen uit de directe omgeving van een leprapatiënt preventief behandelen. Auteur: Annette Thijs-Sol Bronnen 1. M.Boshart, de ziekte van Lazarus. Lepra in de Middeleeuwen, Uitgeverij Aspekt B.V., 2017 2. www.zwolleinbeeld.nl |begraafplaats-het-heilige-kruis 3. De website van Leprastichting.nl |
| Vaste standplaats: | leprozenkapel |