De oudste bibliotheek van Zwolle

De oudste bibliotheek van Zwolle

 
Objectnummer: AHGK-0005.1
Titel: De oudste bibliotheek van Zwolle
Collectie: Verhalen
Object: bibliotheken
Beschrijving: De oudste bibliotheek van Zwolle

De beroemde rector van de Latijnse school Johan Cele, gestorven in 1417, verzamelde gedurende zijn leven een voor die tijd bijzondere en omvangrijk collectie boeken. Nog voor zijn dood bracht hij het grootste deel van deze boeken over naar de St. Michaëlskerk in Zwolle. Hij liet daarvoor een aparte ‘liberaria’ (boekerij, librije of bibliotheek), versterkt met steen, ijzer en grendels, inrichten. Deze liberaria werd geplaatst aan de noordzijde van de kerk. Daarin lagen de boeken aan een ketting (omdat ze zo waardevol waren) en Cele gaf de sleutels aan een aantal priester en moderne devoten met de wens dat zij toestonden dat allen die dat wilden daar konden studeren. De boeken moesten ter plekke bestudeerd worden. Dat maakt de St. Michaëlskerk of Grote Kerk tot de eerste openbare bibliotheek (en de eerste studiezaal en oudste librije) van Zwolle. Na de dood van Cele werden er nog meer boeken aan deze bibliotheek geschonken en nog in 1442 deed Rudolf van Diepholt, bisschop van Utrecht, een oorkonde uitgaan ten gunste van de door Cele gestichte bibliotheek . Alle gelovigen die boeken aan de bibliotheek schonken of bijdroegen aan haar onderhoud ontvingen na gebiecht te hebben een aflaat van veertig dagen. De bisschop hoopte daarmee dat de bibliotheek zich zou uitbreiden. Degenen die boeken vervreemdden werden daarentegen gestraft met een boete van drie Franse schilden.
Hieronder de relevante door mij vertaalde passages uit het Leven van Johan Cele:

(9) Vanaf zijn jeugd tot op oude leeftijd begon hij bij de vreze Gods en hield hij zich daar altijd aan vast om vandaaruit dagelijks vorderingen te maken in grote gedrevenheid van de geest met vroomheid, vurige liefde en kuisheid van hart en lichaam. En zo keek deze gelukzalige man nooit achterom, maar strekte hij zich voortdurend uit naar de toekomstige, innerlijke en eeuwige geestelijke dingen, totdat hij door lichaamsgebrek de dood begon te naderen. Hij had veel boeken over de Heilige Schrift verzameld, waarbij hij zei dat het testament van God in heilige boeken bewaard blijft. De heilige moeder onze kerk, het katholieke geloof, de hoop op de toekomstige eeuw, ons hemelse vaderland, zijn tot nu toe door boeken in de werkelijkheid bewaard gebleven. Zonder die boeken zou dat alles al lang in gevaar zijn gekomen. Daarom maakte hij een testament op ten aanzien van zijn boeken en hij liet aan Windesheim, de plaats van zijn begrafenis, de elf delen na met uitleg van de gehele bijbel door van Nicolaas van Lyra , meer dan andere geleerden de letterlijke uitlegger van de gehele bijbel, en het boek de Hostiensis .

(10) Hij richtte ook nieuw een bibliotheek in in de kerk van Zwolle aan de noordelijke zijde, versterkt met ijzer, stenen en grendels. Hij gaf de opdracht om daarin meerdere van zijn theologische boeken en werken uit andere vakgebieden aan de ketting te leggen en de sleutels daarvan te geven aan vrome priesters en andere devote mannen, zodat voor allen die wensten daar te studeren de toegang vrij zou. In navolging van zijn voorbeeld lieten ook sommige vrome priesters en andere geleerde mannen sommige boeken bij testament na aan de genoemde bibliotheek, tot nut van de lezers. Hij gaf zijn overige boeken aan verschillende kloosters of vrome gemeenschappen.

Bronnen:
1. J.H. Hofman, De boekerij van St. Michiel te Zwolle in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 4, 1877 p.387-389
2. De franciscaan Nicolaas van Lyra (gest. 1349) schreef met gebruikmaking van heel veel bronnen, waaronder het vertaalde werk van joodse bijbeluitleggers, een commentaar op de gehele bijbel onder de titel Postillae perpetuae in universam S. Scripturam.
3. ‘Hostiensis’ was de populaire aanduiding voor het belangrijkste boek Summa Aurea van Hendrik van Segusio (ook wel genoemd “Hostiensis”), een 13e eeuwse Italiaanse canoniek rechtsgeleerde. Het is een werk over Romeins en canoniek recht met daarin een erg populair traktaat over boete en vergeving. Over het belang van juist dit boek in de verdediging van de zaak van de vroege Moderne Devotie en hun omstreden vorm van gemeenschapsleven, zie Van Engen 2008,169-171.

Fotograaf: Bert Visser
LicentieCC BY-SA (Naamsvermelding - gelijk delen)